Wat is dyscalculie?
Volgens de Rijksoverheid is dyscalculie een stoornis die problemen veroorzaakt met rekenen en cijfers. Leerlingen met dyscalculie hebben moeite met rekenen en wiskunde, en daardoor bijvoorbeeld met klokkijken of vlot omgaan met geld.
De Hersenstichting legt uit dat veel mensen rekenen weleens lastig vinden. Bij dyscalculie heb je echter extra veel moeite met rekenen, terwijl je met veel andere dingen geen problemen hebt. De problemen zijn zo groot dat bijles of andere begeleiding vaak niet helpt. Daardoor kosten veel dagelijkse dingen meer tijd en energie.
Een overzichtsartikel in het Deutsches Ärzteblatt (Kaufmann en Von Aster, 2012) omschrijft dyscalculie als moeite met het leren van de basisvaardigheden van het rekenen, die niet wordt verklaard door een lage intelligentie of onvoldoende onderwijs. Volgens dat artikel heeft ongeveer 5 procent van de kinderen op de basisschool er last van.
Kenmerken van dyscalculie
De Hersenstichting noemt deze kenmerken:
- moeite met getallen lezen, tellen, benoemen, gebruiken en onthouden,
- moeite met klokkijken of uitrekenen hoelang iets duurt,
- moeite met getallen op de goede plek zetten, waardoor je cijfers vaak verwisselt,
- moeite met hoofdrekenen en met de regels voor rekenen,
- moeite met lengtes, maten, hoeveelheden en volgordes, bijvoorbeeld bij het volgen van een recept.
Veel mensen met dyslexie of dyscalculie hebben daarnaast moeite om hun aandacht ergens bij te houden. Ook plannen en organiseren kan lastig zijn, net als inschatten hoeveel tijd iets kost, bijvoorbeeld hoelang je onderweg bent. Volgens het overzichtsartikel hebben veel kinderen met dyscalculie ook problemen met bijvoorbeeld het werkgeheugen en ruimtelijke vaardigheden.
Wanneer valt het op en hoe gaat de diagnose?
De eerste klachten van dyscalculie worden meestal duidelijk als een kind 7 jaar of ouder is. Vaak merk je op school dat een kind veel meer moeite heeft met rekenen dan andere kinderen. Dat kan het kind zelf, de ouders of de leraar opvallen. Soms ontdekt iemand pas op latere leeftijd dat de moeite met rekenen door dyscalculie komt.
Met klachten die passen bij dyscalculie kom je volgens de Hersenstichting vaak eerst bij de jeugdarts of een begeleider op school, soms bij de huisarts. Bij een vermoeden krijg je een doorverwijzing naar een psycholoog of orthopedagoog. Het onderzoek gaat zo:
- eerst een gesprek waarin je over de klachten vertelt,
- daarna testen met verschillende oefeningen wat het niveau van rekenen is,
- bij kinderen van 7 tot 12 jaar ook kijken hoe het op school gaat, bijvoorbeeld naar rapportcijfers,
- soms een IQ-onderzoek, zodat zeker is dat er geen andere oorzaak is.
Het overzichtsartikel pleit voor een grondig onderzoek dat rekening houdt met de verschillende vormen van dyscalculie, als basis voor een goede behandeling.

Wat zijn de oorzaken van dyscalculie?
Volgens de Hersenstichting is er niet één oorzaak: het gaat om een combinatie van meerdere dingen.
- Erfelijkheid: een heel belangrijke oorzaak zit in de genen. De Hersenstichting geeft het voorbeeld van dyslexie: hebben een of beide ouders dyslexie, dan is de kans veel groter dat een kind ermee geboren wordt, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.
- Vroege ontwikkeling: ernstige stress van de moeder tijdens de zwangerschap of in de eerste maanden na de geboorte kan een rol spelen, net als roken, alcohol of andere giftige stoffen in die periode.
- Omstandigheden: veel stress op jonge leeftijd, opgroeien in een slechte situatie en weinig in aanraking komen met taal of rekenen kunnen bijdragen.
- Hersenschade: dyscalculie kan ook ontstaan na schade aan de hersenen, bijvoorbeeld door een beroerte op latere leeftijd of door een ongeluk (traumatisch hersenletsel).
Dyscalculie en dyslexie samen
Je kunt dyscalculie of dyslexie hebben, maar ook allebei. De Richtlijn Dyslexie schat dat 40 procent van de kinderen met leesproblemen ook rekenproblemen heeft. Mogelijke redenen:
- verhaaltjessommen vragen veel van de leesvaardigheid, waardoor kinderen met dyslexie zwakker scoren,
- rekenen heeft zelf talige kanten, zoals het vlot oproepen van de tafels,
- lezen en rekenen doen deels een beroep op dezelfde processen in de hersenen.
Onderzoek dat de richtlijn noemt, vond een duidelijk verband tussen dyslexie en rekentaken onder tijdsdruk, maar niet met getalbegrip. Juist moeite met getalbegrip is een kenmerkend onderliggend probleem bij dyscalculie.
Behandeling van dyscalculie
Volgens de Hersenstichting gaat dyscalculie nooit helemaal over. Wel zijn er behandelingen die de klachten verminderen, het rekenen kunnen verbeteren en helpen om ermee om te gaan.
Na de diagnose kan de psycholoog of orthopedagoog een dyscalculieverklaring maken. Daarin staan de resultaten van de rekentest en vaak een voorstel voor behandeling. In het behandelplan kan ook staan hoe school, opleiding of werk je het beste kunnen begeleiden. Gaat dyscalculie samen met andere problemen, zoals faalangst, ADHD of autisme (ASS), dan stelt de psycholoog of orthopedagoog een breder behandelplan voor.
Het overzichtsartikel noemt maar weinig studies naar behandeling. Die wijzen erop dat gerichte pedagogisch-therapeutische hulp bij de specifieke probleemgebieden werkt. De behandeling wordt afgestemd op de persoon en de ernst. Soms is daarnaast psychotherapie en/of medicatie nodig.
Begeleiding bij dyscalculie op school
Volgens de Rijksoverheid zijn er verschillende mogelijkheden om leerlingen met dyscalculie op school te begeleiden. Ze mogen bijvoorbeeld een rekenmachine gebruiken. Wat kan, hangt af van het type onderwijs:
- Basisschool: in het zorgplan van elke basisschool staat welke begeleiding leerlingen met dyscalculie krijgen.
- Voortgezet onderwijs: het protocol dyscalculie helpt scholen bij de ondersteuning. Bij de eindexamens mogen leerlingen soms een aanpassing gebruiken, zoals 30 minuten extra tijd bij sommige examens of rekenkaarten van het College voor Toetsen en Examens. De directeur van de school beslist hierover.
Scholen hebben richtlijnen om dyscalculie op tijd te herkennen. Als een school dyscalculie niet herkent, kan volgens de Rijksoverheid een verkeerd beeld ontstaan van wat de leerling kan.

Dyscalculie in het dagelijks leven
Van dyscalculie heb je je hele leven last, ook als volwassene. De Hersenstichting noemt gevolgen op verschillende gebieden:
- Thuis: boodschappen doen of koken kan lastiger zijn, bijvoorbeeld prijzen optellen of een recept volgen.
- Werk en school: je begrijpt dingen net zo goed als anderen, maar het kost meestal meer tijd. Je kunt bang zijn om fouten te maken.
- Vrije tijd: reizen kan lastiger zijn, omdat inschatten hoelang een reis duurt en reistijden lezen meer moeite kost.
- Sociale contacten: soms voelt het alsof je niet goed genoeg bent. Het kan helpen als je weet waar je goed in bent.
Er zijn manieren om er minder last van te hebben, bijvoorbeeld door te kiezen voor een baan waarin je niet veel hoeft te rekenen. Twijfel je of het bij jou of je kind om dyscalculie gaat, bespreek het dan met de jeugdarts, de begeleider op school of je huisarts.
Waar de bronnen verschillen
De bronnen zijn het niet op alle punten eens:
- Helpt extra hulp? De Hersenstichting schrijft dat bijles of andere begeleiding vaak niet helpt. Volgens het overzichtsartikel verbetert dyscalculie niet zonder behandeling, en laten de weinige studies zien dat hulp gericht op de specifieke probleemgebieden werkt.
- Hoe vaak samen met dyslexie? De Richtlijn Dyslexie schat dat 40 procent van de kinderen met leesproblemen ook rekenproblemen heeft. Het overzichtsartikel noemt dat 20 tot 60 procent van de mensen met dyscalculie ook een andere stoornis heeft, zoals dyslexie of een aandachtsstoornis.
- Oorzaken: de Hersenstichting noemt naast erfelijkheid ook omstandigheden zoals stress, roken of alcohol in de zwangerschap. Het overzichtsartikel richt zich vooral op problemen met bijvoorbeeld het werkgeheugen en ruimtelijke vaardigheden.
Het belangrijkste over dyscalculie
- Dyscalculie is een stoornis die problemen geeft met rekenen en cijfers, terwijl andere dingen goed gaan.
- Kenmerken zijn onder andere moeite met tellen, klokkijken, hoofdrekenen en cijfers op de goede plek zetten.
- Het valt meestal op vanaf 7 jaar; de diagnose stelt een psycholoog of orthopedagoog.
- Erfelijkheid is een belangrijke oorzaak; dyscalculie en dyslexie komen vaak samen voor.
- Het gaat nooit helemaal over, maar behandeling en aanpassingen helpen.
- Op school zijn er hulpmiddelen, zoals een rekenmachine of extra tijd bij examens.
Vragen over dyscalculie
De antwoorden zijn algemeen en vervangen geen consult of persoonlijke medische beoordeling.
Wat is dyscalculie in het kort?
Een stoornis waardoor je extra veel moeite hebt met rekenen en cijfers, terwijl je met veel andere dingen geen problemen hebt.
Vanaf welke leeftijd kun je dyscalculie herkennen?
De eerste klachten worden meestal duidelijk als een kind 7 jaar of ouder is. Soms ontdekt iemand het pas op latere leeftijd.
Wie stelt de diagnose dyscalculie?
Volgens de Hersenstichting een psycholoog of orthopedagoog, na een doorverwijzing van bijvoorbeeld de jeugdarts, de begeleider op school of de huisarts.
Is dyscalculie erfelijk?
Volgens de Hersenstichting zit een heel belangrijke oorzaak in de genen. Er is wel niet één oorzaak: ook de vroege ontwikkeling en omstandigheden kunnen een rol spelen.
Gaat dyscalculie over?
Nee, dyscalculie gaat nooit helemaal over. Behandeling kan de klachten wel verminderen en helpen om ermee om te gaan.
Mag een leerling met dyscalculie een rekenmachine gebruiken?
Volgens de Rijksoverheid is dat een van de mogelijkheden. Wat precies kan, hangt af van het type onderwijs; bij eindexamens beslist de directeur over aanpassingen.
Bronnen
- Hersenstichting · Dyslexie en dyscalculie
- Rijksoverheid · Hoe worden leerlingen met dyscalculie begeleid op school?
- Richtlijn Dyslexie, Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming · Symptomen en oorzaken
- Kaufmann L, von Aster M. The diagnosis and management of dyscalculia. Dtsch Arztebl Int. 2012
Deze gids is bedoeld als informatie en vervangt geen medische beoordeling. Diagnose en behandeling hangen af van je consult en je medische voorgeschiedenis. Bel bij een noodgeval 112.

