Wat is ARFID?
Bij de eetstoornis ARFID eet je veel voedsel niet. Het lukt je niet, of je bent bang om het te eten. Daardoor eet je te weinig en krijg je te weinig voedingsstoffen binnen.
ARFID is een ernstige ziekte die niet vanzelf overgaat. De naam is de afkorting van Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder; in het Nederlands: vermijdende/restrictieve voedselinname-stoornis. Over eetstoornissen in het algemeen lees je meer in onze gids over eetstoornissen.
Wat merk je bij ARFID?
- Je eet bepaald voedsel niet door de geur, kleur of smaak, door hoe warm of koud het is of door hoe het aanvoelt in je mond.
- Je bent bang om te slikken of te stikken, of om buikpijn te krijgen, over te geven of een allergische reactie te krijgen.
- Je eet wel veel verschillende dingen, maar te weinig.
- Je valt af of je groeit slecht.
- Je eet veel van dezelfde producten, bijvoorbeeld iets met veel calorieën. Dan ben je niet te licht, maar krijg je wel te weinig voedingsstoffen; je kunt met ARFID ook te zwaar worden.
- Je hebt geen interesse in of plezier aan eten, of je vergeet te eten omdat je geen honger voelt.
Je eet weinig omdat je veel eten vervelend vindt, niet omdat je bang bent om zwaarder te worden. Naast ARFID kun je ook een angststoornis, autisme of ADHD hebben, maar je kunt ook alleen ARFID hebben. Ben je vooral bang om over te geven, lees dan ook onze gids over emetofobie.
Waardoor komt ARFID?
Waarschijnlijk komt ARFID door een combinatie van deze dingen:
- Gevoelig vanaf je geboorte. Je voelt geen honger, je hebt een gevoelige mond voor smaak of voor hoe fijn, grof, zacht of hard iets is, of je bent van jezelf sneller angstig en reageert banger op nieuw eten.
- Nare ervaringen met eten. Je kreeg als baby sondevoeding, bijvoorbeeld omdat je te vroeg geboren was; je hebt je ooit heel erg verslikt of zag iemand anders zich verslikken; of je bent heel ziek geweest van bepaald eten.
- De reactie van ouders. Als een kind niet wil eten, is dat moeilijk voor ouders. Er komt dan veel stress bij het eten, waardoor eten nog moeilijker wordt. Als dat vaak gebeurt, wordt eten iets negatiefs.
Welke problemen kan ARFID geven?
- Voor je lichaam: je krijgt te weinig voedingsstoffen, valt af of groeit niet goed, of je wordt juist te zwaar. Je kunt erg moe zijn, je nagels scheuren makkelijk, je haren vallen uit en je botten worden zwakker.
- Voor hoe je je voelt: als je niet samen met anderen kunt of durft te eten, ben je veel alleen. Je kunt je eenzaam en somber gaan voelen.
- Voor hoe je met anderen omgaat: bij veel activiteiten wordt samen gegeten, dus het is moeilijker om vrienden te maken of te houden. Als jongere kun je problemen krijgen met je ouders. Met een sondeslangetje schaam je je misschien.
Hoe verschilt ARFID van anorexia en boulimia?
ARFID kan lijken op een andere eetstoornis, zoals anorexia of boulimia. Dit zijn een paar verschillen:
- ARFID begint vaak op jongere leeftijd dan anorexia nervosa.
- Jongens hebben vaker ARFID dan anorexia.
- Met ARFID kun je een overgevoelige mond hebben of bang zijn om te stikken. Bij anorexia is dat niet zo.
- Met ARFID ben je niet bang om zwaarder te worden en zie je je lichaam zoals het is. Kinderen met anorexia of boulimia zijn wel bang om zwaarder te worden en zien hun lichaam meestal anders dan het is.
Wat kun je zelf doen?
Maak een afspraak bij de huisarts. Hoe eerder je hulp vraagt, hoe groter de kans dat je beter wordt. Je kunt bespreken:
- wat je op een dag eet en of je bang bent om te eten,
- veranderingen in je gewicht en klachten waar je last van hebt,
- hoe je over jezelf denkt en hoe je je voelt, bijvoorbeeld moe, angstig of somber,
- of je vitaminepillen of medicijnen gebruikt.
Probeer ook te praten met mensen die je goed kent, zoals familie, een vriend of iemand van school of werk. Dan voel je je minder alleen. Je bent niet de enige: praten met anderen die ARFID hebben of hebben gehad kan fijn zijn, omdat zij snappen wat je meemaakt.

Hoe weet je of je ARFID hebt?
De huisarts meet en weegt je, vraagt naar je klachten en onderzoekt je. Soms laat de huisarts je bloed onderzoeken.
- Denkt de huisarts dat je ARFID hebt, dan stuurt die je door naar een therapeut of ggz-centrum. Daar bespreek je je klachten en maken jullie een behandelplan.
- Denkt de huisarts dat er iets anders is waardoor je te weinig weegt, dan stuurt die je door naar een kinderarts of andere arts voor meer onderzoek, bijvoorbeeld naar een voedselallergie. Is dat het niet, dan volgt alsnog een therapeut of ggz-centrum.
Hoe gaat de behandeling van ARFID?
Je maakt eerst een behandelplan met je behandelaar, meestal een psycholoog, met jouw doelen en hoe je die wilt bereiken. Als je jong bent, kunnen je ouders meedenken. Een goede klik met je behandelaar is belangrijk: je moet je veilig voelen en je begrepen voelen. De behandeling kan bestaan uit:
- Cognitieve gedragstherapie. Je leert in kleine stapjes wennen aan eten dat je nu niet eet. Jongeren kunnen thuis met hun ouders oefenen. Je bespreekt angstige gedachten over eten, zoals ‘Als ik dat eet, zal ik stikken’, en vervangt ze door gedachten die helpen. Ook ontspanningsoefeningen en meditatie kunnen helpen.
- Behandeling als je veel te weinig weegt. Bijvoorbeeld pillen met vitamines en andere voedingsstoffen, drinkvoeding of sondevoeding.
- Behandeling van een nare ervaring, bijvoorbeeld als je ooit bijna bent gestikt.
- Logopedist en diëtist. Voelt voedsel heel vreemd aan in je mond, dan kan een logopedist helpen. Een diëtist leert je hoeveel en wat je moet eten om goed te groeien of genoeg binnen te krijgen.
Door de behandeling krijg je zelf weer controle over je leven. In onze praktijk voor psychologie in Bilbao kun je terecht voor cognitieve gedragstherapie bij eetproblemen (de consulten zijn in het Spaans).

Waar de bronnen verschillen
Een systematisch overzicht (Bourne e.a., 2020) bracht al het onderzoek naar ARFID in kaart: 78 publicaties uit 14 landen. De bronnen vullen elkaar aan:
- Een eigen eetstoornis. Thuisarts beschrijft ARFID als een eetstoornis die verschilt van anorexia en boulimia. Volgens het overzicht ondersteunt het onderzoek dat ARFID een aparte stoornis is.
- Geen angst om aan te komen. Beide bronnen beschrijven dat het vermijden van eten niet komt door een verstoord lichaamsbeeld of de wens om dunner te worden.
- Veel verschillende vormen. Thuisarts noemt verschillende redenen om niet te eten, zoals een gevoelige mond, angst om te stikken of geen honger. Het overzicht noemt ARFID daarom een stoornis met veel verschillende vormen.
- Wat weten we nog niet? Volgens het overzicht is de kennis op alle gebieden nog beperkt, ook over de behandeling. Thuisarts noemt cognitieve gedragstherapie als behandeling die goed kan helpen.
Het belangrijkste over ARFID
- Bij ARFID eet je veel voedsel niet of te weinig, waardoor je te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt.
- Je vermijdt eten door geur, smaak of gevoel in je mond, door angst om te stikken of door geen honger.
- Je bent niet bang om zwaarder te worden; dat is een verschil met anorexia en boulimia.
- ARFID gaat niet vanzelf over; hoe eerder je hulp vraagt, hoe beter.
- Cognitieve gedragstherapie helpt je stap voor stap te wennen aan eten.
- Een logopedist en diëtist kunnen meehelpen.
Vragen over ARFID
De antwoorden zijn algemeen en vervangen geen consult of persoonlijke medische beoordeling.
Wat betekent ARFID?
Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder, in het Nederlands: vermijdende/restrictieve voedselinname-stoornis. Je eet veel voedsel niet of te weinig.
Is ARFID hetzelfde als kieskeurig eten?
Nee. ARFID is een ernstige eetstoornis die niet vanzelf overgaat. Je krijgt te weinig voedingsstoffen binnen, valt af, groeit slecht of krijgt andere problemen.
Wat is het verschil tussen ARFID en anorexia?
Met ARFID ben je niet bang om zwaarder te worden en zie je je lichaam zoals het is. ARFID begint vaak jonger en komt bij jongens vaker voor dan anorexia.
Kun je met ARFID te zwaar zijn?
Ja. Als je veel van dezelfde producten met veel calorieën eet, kun je te zwaar worden en toch te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen.
Hoe wordt ARFID behandeld?
Meestal met cognitieve gedragstherapie bij een psycholoog, waarbij je in stapjes went aan eten. Soms helpen ook een logopedist of diëtist, of is eerst behandeling van ondergewicht nodig.
Waar moet ik beginnen?
Maak een afspraak bij de huisarts. Die meet en weegt je, onderzoekt je en kan je doorsturen naar een therapeut of ggz-centrum.
Bronnen
- Thuisarts.nl (NHG) · Ik heb de eetstoornis ARFID
- Bourne L, et al. Avoidant/restrictive food intake disorder: a systematic scoping review of the current literature. Psychiatry Res. 2020
Deze gids is bedoeld als informatie en vervangt geen medische beoordeling. Diagnose en behandeling hangen af van je consult en je medische voorgeschiedenis. Bel bij een noodgeval 112.

