Naar de inhoud

Spraak en taal MediBilbao Salud

Dyslexie: kenmerken, diagnose en hulp bij lezen

Je kind leest heel langzaam of maakt veel fouten bij het spellen, ook al krijgt het goed onderwijs en extra hulp. Dan kan het om dyslexie gaan. Volgens Dyslexie Centraal heeft ongeveer 4 procent van de kinderen op de basisschool dyslexie. Deze gids legt uit hoe dyslexie in Nederland wordt omschreven, welke kenmerken erbij horen, wat onderzoekers weten over de oorzaken, wat vaak samengaat met dyslexie en hoe een logopedist kan helpen. We baseren ons op Dyslexie Centraal, de Richtlijn Dyslexie voor de jeugdhulp en de informatie van de beroepsvereniging van logopedisten (NVLF).

Onderwerp
Logopedie
Bijgewerkt
Leestijd
8 min
Nagekeken door
Dr. Itziar Gotxi Erezuma · Medisch specialist keel-, neus- en oorheelkunde · Artsenorde van Bizkaia nr. 484809757
Jongen leest thuis aan tafel samen met een vrouw in een boek
Een tekst lezen gaat vaak makkelijker dan losse woorden. Illustratie gemaakt met AI.

Wat is dyslexie?

Bij personen met dyslexie is er een ernstige achterstand in lezen en/of spellen. Ze hebben goed onderwijs gevolgd en toch blijft het lezen en spellen moeilijk: het gaat niet vanzelf, het is onvoldoende geautomatiseerd.

Dyslexie Centraal beschrijft dyslexie als een specifieke leerstoornis met een neurologische basis. De kern van het probleem is het vlot en nauwkeurig lezen en spellen van woorden. Vooral de snelheid waarmee een kind woorden ontcijfert (de automatisering van woordherkenning) is een kernprobleem. Een tekst lezen gaat meestal makkelijker dan losse woorden, omdat je dan de context kunt gebruiken om woorden te herkennen.

Sinds september 2021 gebruikt Nederland de definitie uit de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie (BVRD): dyslexie is een lees- en/of spellingprobleem dat ernstig en hardnekkig is. Het moet worden onderscheiden van laaggeletterdheid door gebrekkig onderwijs en van een bredere omgevings-, neurologische, sensorische of gedragsproblematiek.

Wanneer is een leesprobleem hardnekkig?

Een probleem heet hardnekkig als extra, planmatige en intensieve hulp nauwelijks tot verbetering leidt. Dat heet ook wel didactische resistentie. Volgens Dyslexie Centraal kun je dat aantonen als een leerling nauwelijks vooruitgaat op genormeerde toetsen na minstens een half jaar intensieve begeleiding:

  • twee periodes van elk minstens twaalf effectieve weken,
  • per week minstens 60 minuten extra begeleiding,
  • individueel of in een klein groepje, verdeeld over meerdere dagen,
  • met een planmatige aanpak die effectief is gebleken.

Sommige leerlingen met lees- en spellingproblemen lopen hun achterstand na goede begeleiding weer in. Bij leerlingen met dyslexie blijft er altijd een zekere achterstand, ook na systematische hulp. Zij kunnen dan ondersteuning krijgen om met hun dyslexie te leren omgaan.

Kenmerken van dyslexie bij lezen en spellen

De Richtlijn Dyslexie noemt twee primaire symptomen: problemen met technisch lezen en problemen met spellen.

  • Technisch lezen: kinderen vinden het moeilijk om woorden nauwkeurig en/of vloeiend te lezen. Dat kan zich uiten als fouten bij het lezen of ontcijferen van woorden, of als een gebrek aan leesvloeiendheid.
  • Spellen: de meeste kinderen met dyslexie hebben naast leesproblemen ook spellingproblemen. Lezen en spellen hangen sterk samen, maar zijn niet twee kanten van dezelfde medaille.

In een taal als het Nederlands is vooral de leesvloeiendheid het meest hardnekkige symptoom. Kinderen met dyslexie lezen woorden na verloop van tijd vaak redelijk nauwkeurig, maar blijven langzamer dan leeftijdsgenoten. Lezen blijft voor hen een inspanning. Kinderen met dyslexie maken dezelfde soorten spellingfouten als andere kinderen, alleen meer. Aan het soort fouten kun je dus niet zien of iemand dyslexie heeft.

Vroeger bestond de aparte diagnose dysorthografie voor alleen spellingproblemen. Volgens de BVRD kan nu ook dan dyslexie worden vastgesteld, maar spellingproblemen zonder leesproblemen zijn een atypisch beeld, waarbij voorzichtigheid nodig is.

Nevenkenmerken en gevolgen voor het leren

De richtlijn noemt ook secundaire symptomen op leergebied: problemen met begrijpend lezen op de basisschool en studerend lezen later, met het leren van vreemde talen en met het automatiseren van rekenvaardigheden.

Dyslexie Centraal noemt, op basis van het Handboek Dyslexie, nevenkenmerken op deze gebieden:

  • mondelinge taal, bijvoorbeeld moeite met vlot vertellen,
  • rekenen, bijvoorbeeld moeite met het automatiseren van de tafels,
  • begrijpend lezen, omdat het technisch lezen veel aandacht vraagt,
  • schrijven, bijvoorbeeld moeite met een heldere structuur,
  • vreemde talen, bijvoorbeeld nieuwe letter-klankkoppelingen,
  • geheugen, bijvoorbeeld instructies onthouden,
  • aandacht en concentratie, en plannen en organiseren van schoolwerk.

In Nederland worden geen aparte soorten dyslexie onderscheiden, zoals fonologische dyslexie. Er is geen overtuigend bewijs dat verschillende soorten een andere behandeling nodig hebben.

Zelfbeeld, faalangst en omgaan met dyslexie

Volgens de Richtlijn Dyslexie gaan de gevolgen veel verder dan het lees- of spellingprobleem alleen. Mensen met dyslexie lopen het risico op een lage zelfwaardering, angst en depressie, al ontwikkelen niet alle kinderen deze problemen. Herhaalde faalervaringen spelen een rol bij faalangst. De lagere zelfwaardering gaat vooral over het gevoel op school, niet over het zelfbeeld in het algemeen.

Kinderen gaan verschillend om met hun dyslexie. Ze kunnen de problemen maskeren of ontkennen, lees- en schrijftaken vermijden, boos worden, harder werken of perfectionistisch worden. Volgens onderzoek dat de richtlijn noemt, maskeren de meeste kinderen hun problemen of vermijden ze taken, meestal uit angst om gepest te worden.

Gunstig voor de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn volgens de richtlijn onder andere:

  • een diagnose in de kindertijd en de manier waarop die wordt gebracht,
  • vroege hulp,
  • meer succeservaringen dan faalervaringen,
  • talenten buiten school, bijvoorbeeld in sport,
  • een begripvolle en steunende omgeving.

Wat zijn de oorzaken van dyslexie?

Lezen is niet aangeboren: je moet het leren. Bij het leren lezen leg je verbanden tussen gesproken taal en de geschreven vorm ervan. In de hersenen ontwikkelt zich daarbij een leesnetwerk. Als dat netwerk zich anders ontwikkelt, ontstaat een risico op leesproblemen.

De Richtlijn Dyslexie noemt verschillende verklaringen:

  • Meerdere factoren samen: verschillende erfelijke en omgevingsfactoren spelen samen een rol. Er is geen simpel één-op-één verband tussen oorzaak en probleem.
  • Verwerking van spraakklanken: dit is het best onderbouwde mechanisme. Vooral het fonologisch bewustzijn (klanken in een woord herkennen en ermee spelen) en de benoemsnelheid (RAN) hangen samen met dyslexie.
  • Letters en klanken koppelen: recent onderzoek wijst ook op problemen met het samenvoegen van letters en spraakklanken.
  • Erfelijkheid: tweelingstudies laten zien dat dyslexie sterk erfelijk bepaald is; de richtlijn noemt een erfelijkheid van 70 à 79 procent.

Andere mogelijke oorzaken, zoals visuele aandachtsproblemen, zijn genoemd, maar daarvoor is volgens de richtlijn nog niet genoeg bewijs.

Jongen legt houten lettertegels op tafel met een begeleider
Letters en klanken koppelen is een belangrijk onderdeel van het leren lezen. Illustratie gemaakt met AI.

Wat gaat vaak samen met dyslexie?

Dyslexie komt vaak samen voor met andere ontwikkelingsstoornissen. Die kunnen ook een andere verklaring zijn voor lees- en spellingproblemen. De richtlijn noemt:

  • ADHD: 20 tot 40 procent van de kinderen met de ene stoornis voldoet ook aan de criteria van de andere.
  • Dyscalculie: naar schatting heeft 40 procent van de kinderen met leesproblemen ook rekenproblemen.
  • Taalontwikkelingsstoornis: kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben een grotere kans op dyslexie, maar TOS leidt niet automatisch tot dyslexie.
  • Lichte verstandelijke beperking: dan is er meestal sprake van algemene leerproblemen. Dat geldt in de regel als andere verklaring voor de lees- en spellingproblemen.

Onderzoek laat geen verband zien tussen intelligentie en dyslexie. Bij hoogbegaafde kinderen uit dyslexie zich op dezelfde manier als bij andere kinderen, al kunnen zij er meer last van ervaren.

Hoe kan een logopedist helpen bij dyslexie?

Volgens de NVLF kun je bij een logopedist terecht als je kind lezen moeilijk vindt, moeite heeft met correct schrijven, of al voor de basisschool problemen had met de taal- en spraakontwikkeling. Een logopedist kan:

  • onderzoeken of een kind dyslexie heeft,
  • kinderen met dyslexie begeleiden en oefenen met klanken, letters en woorden,
  • de leesproblemen van kinderen met dyslexie verminderen,
  • kinderen, ouders en school helpen om te oefenen met lezen en schrijven,
  • ook kinderen helpen bij wie nog niet bekend is of ze dyslexie hebben, maar die wel moeite hebben met het leren van letters of met leren lezen.

Volgens de NVLF kan goede begeleiding in een vroeg stadium, onder andere door te werken met klanken en letters, dyslexie niet voorkomen, maar wel de gevolgen ervan verkleinen. In de behandeling wordt samengewerkt met de ouders en de school, en wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind. Regelmatig en vaak oefenen met lezen en spelling is daarbij belangrijk.

In onze praktijk voor logopedie in Bilbao helpen we kinderen die moeite hebben met lezen en schrijven (de consulten zijn in het Spaans).

Vrouw en jongen werken samen aan tafel met papier en een tablet
Een logopedist oefent samen met het kind, de ouders en de school. Illustratie gemaakt met AI.

Waar de bronnen verschillen

De bronnen zijn het niet op alle punten eens:

  • Hoe vaak komt dyslexie voor? Dyslexie Centraal noemt ongeveer 4 procent van de kinderen op de basisschool. De Richtlijn Dyslexie rekent in een voorbeeld met een risico van ongeveer 5 procent, maar zegt erbij dat het om een aanname gaat.
  • Wie onderzoekt? De NVLF schrijft dat een logopedist kan onderzoeken of een kind dyslexie heeft en noemt logopedisten deskundig in diagnostiek. De aanbevelingen voor diagnostiek in de Richtlijn Dyslexie zijn in de eerste plaats gericht op de gedragswetenschapper.
  • Wat haal je met hulp? De NVLF benadrukt dat behandeling leesproblemen kan helpen voorkomen en de gevolgen kan verminderen. Dyslexie Centraal benadrukt dat er bij dyslexie altijd een zekere achterstand blijft, ook na systematische hulp.

Het belangrijkste over dyslexie

  • Dyslexie is een ernstig en hardnekkig probleem met lezen en/of spellen, ondanks goed onderwijs en extra hulp.
  • Het kernprobleem is het vlot en nauwkeurig lezen en spellen van losse woorden; in het Nederlands vooral de leessnelheid.
  • Dyslexie is sterk erfelijk; de verwerking van spraakklanken speelt een belangrijke rol.
  • Dyslexie gaat vaak samen met ADHD, rekenproblemen of een taalontwikkelingsstoornis.
  • Let ook op zelfbeeld en faalangst, niet alleen op lezen en spellen.
  • Een logopedist kan onderzoeken, begeleiden en samen met ouders en school oefenen.

Vragen over dyslexie

De antwoorden zijn algemeen en vervangen geen consult of persoonlijke medische beoordeling.

Hoeveel kinderen hebben dyslexie?

Volgens Dyslexie Centraal ongeveer 4 procent van de kinderen op de basisschool.

Is dyslexie erfelijk?

Ja, tweelingstudies laten zien dat dyslexie sterk erfelijk bepaald is. Wel spelen meerdere erfelijke en omgevingsfactoren samen een rol.

Gaat dyslexie over?

Nee. Bij dyslexie blijft er altijd een zekere achterstand, ook na systematische hulp. Begeleiding kan wel helpen om ermee om te gaan en de gevolgen te verkleinen.

Heeft dyslexie te maken met intelligentie?

Nee, onderzoek laat geen verband zien tussen intelligentie en dyslexie. Er is daarom geen reden om te verwachten dat dyslexie bij hoogbegaafde kinderen vaker of minder vaak voorkomt.

Wat is ernstige dyslexie (ED)?

ED is een Nederlandse term die vooral met de regels voor vergoede zorg te maken heeft. Het is een behandelindicatie binnen de Jeugdwet, voor kinderen op de basisschool van 7 tot en met 13 jaar.

Kan een logopedist dyslexie behandelen?

Ja, volgens de NVLF kan een logopedist onderzoeken of een kind dyslexie heeft, kinderen begeleiden bij het oefenen met klanken, letters en woorden en de leesproblemen verminderen.

Bronnen

  1. Dyslexie Centraal · Wat is dyslexie? Definitie
  2. Richtlijn Dyslexie, Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming · Symptomen en oorzaken
  3. Richtlijn Dyslexie, Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming · Diagnostiek
  4. NVLF, logopedie.nl · Dyslexie

Deze gids is bedoeld als informatie en vervangt geen medische beoordeling. Diagnose en behandeling hangen af van je consult en je medische voorgeschiedenis. Bel bij een noodgeval 112.